#14: Praten met Sietske – BONUS!

29 september 2021 - 38 minuten 10 seconden - 0 reacties

Introductie

In deze speciale bonusaflevering gaan we verder in op het onderwerp Vlaams. Sietske is podcastmaker en taalcoach en komt zelf uit Vlaanderen. We praten over het Vlaams: Nederlandse woorden die niet bekend zijn in België en andersom, dialecten in België en tips om Vlaams te leren. Een goede oefening om Vlaams te luisteren en de verschillen tussen Nederlands in België en Nederland te horen!

Luister

Transcriptie

Download de tekst (pdf)

Ik heb af en toe tussen [haken] er woordjes bij gezet om de tekst wat duidelijker te maken.

Hallo allemaal, je luistert nu naar de tweede bonusaflevering van Een Beetje Nederlands. In deze aflevering heb ik een bijzondere gast, namelijk Sietske van de podcast Rebels Nederlands. Het is dus een crossover-aflevering deze week!

Sietske is podcastmaker en taalcoach en, niet onbelangrijk, afkomstig uit Vlaanderen. In aflevering 13 heb je al meer kunnen horen over de Vlaamse dialecten en in deze aflevering kan je eens echt horen hoe dat klinkt. Ik raad ook zeker aan om eerst aflevering 13 te gaan luisteren als je dat nog niet gedaan had, zodat je iets meer achtergrondinformatie hebt over het Vlaams.

Veel plezier met de podcast!

Robin: Ik spreek in deze speciale bonusaflevering met Sietske. Dankjewel dat je vandaag met me wil praten.

Sietske: Hallo, ja, graag gedaan, ik heb er heel veel zin in.

Robin: Ja, ik ook! Zou je je misschien zelf voor willen stellen?

Sietske: Ja, natuurlijk. ik ben Sietske en ik ben de host van Rebels Nederlands. Dat is een Vlaamse podcast. Ik kom uit België en begeleid ook vrouwen met Mindful Nederlands. Dat is nog een ander ding dat ik doe. Dus ik hou van taal en ik hou van podcasten, dus ik ben heel blij dat ik hier kan zijn.

Robin: Leuk! Luisteraars die de podcast over Vlaamse al geluisterd hebben, die willen weten dat het Vlaams bestaat uit meerdere dialecten. Dus het Limburgs, Brabants, West- en Oost.-Vlaams. Welk dialect spreek je eigenlijk zelf als je überhaupt in dialect kan praten?

Sietske: Ja, goede vraag, ik wist eigenlijk zelf ook niet alles over de verschillen en dat dialectgroepen… Want je hebt nu opnieuw vernoemd de vier groepen, maar ik dacht dat Antwerps ook een groep was en dat blijkt niet zo te zijn. Ik zeg van mezelf dat ik met een Antwerps accent spreek. Maar dat hoort blijkbaar dan bij het Brabants. Als ik het goed heb begrepen. Maar bon, ik spreek dus met een Antwerps accent. Dialect spreek ik niet meer echt, dat ben ik een beetje afgeleerd. Ik kom uit de Antwerpse Kempen, maar straks wil ik daar wel op terugkomen, op een dialect dat ik ken. Maar ik spreek zelf eerder tussentaal.

Robin: Oké, nou, ik ben benieuwd naar straks dan. Weet jij misschien hoe goed sprekers van de verschillende Vlaamse dialecten elkaar kunnen verstaan? Dus bijvoorbeeld iemand die Brabant spreekt, of Antwerps. Hoe goed kan die bijvoorbeeld en West-Vlamingen verstaan?

Sietske: Ja, dat is de grote grap natuurlijk. Onder Vlamingen ook. Dat eigenlijk iedereen wel verstaanbaar is, behalve de West-Vlamingen. Er bestaat daar eigenlijk een heel grappig filmpje over en ik vind zeker dat je daar ook naar mag verlinken in jouw podcast, want dat moeten mensen gezien hebben. Over een West-Vlaming die komt praten op tv. En vroeger spraken de mensen nog niet zoveel met een accent of in tussentaal [op tv] en was het allemaal een beetje meer zo ja, algemeen Nederlands. Maar de West-Vlamingen die gingen ze altijd ondertitelen. Maar als een Antwerpenaar op tv sprak, dan waren er geen ondertitels. En dus dit is een soort van sketch van een man die in het West-Vlaams komt praten en die zegt van ‘nee-nee, ge moet geen moeite doen om te begrijpen, moet gewoon…’. Sorry ik zeg het verkeerd! ‘Nee-nee, ge moet geen ondertitels maken, ge moet gewoon een beetje meer moeite doen om mij te begrijpen’. Maar iedereen in Vlaanderen heeft daar last van. Om het West-Vlaams te begrijpen. Want dat is echt wel een beetje een ander soort van… ja, ook tussentaal zelfs. Hè, want je hebt tussentaal, wat dan nog een beetje is tussen het standaard Nederlands en het dialect. En het dialect is altijd wel moeilijker begrijpbaar. Maar zelfs de West-Vlamingen, als ze niet in hun dialect spreken, maar wel in hun tussentaal, dan vinden wij dan nog moeilijk om dat te begrijpen.

Robin: En de andere dialect… dialecten die kunnen elkaar dus beter verstaan: Limburgse en Brabantse en het Oost-Vlaams.

Sietske: De dialecten, die zijn allemaal moeilijker. Bijvoorbeeld de Limburgers, die hebben echt soms een heel sterk dialect, maar als de Limburgers gewoon tussentaal spreken, dan is dat wel verstaanbaar. Dat is het verschil.

Robin: Dat doet me denken aan dat ik… ik was dit weekend in Maastricht wat dus in het Nederlandse Limburg ligt. En toen was er een man en die zei iets tegen mij, die zei het in dialect, terwijl ikzelf… ik spreek natuurlijk… Ik spreek geen dialect, maar ik snapte daar echt helemaal niks van. Dus ik kan me wel voorstellen dat dat dan… ja, bij een andere dialect, dat dat ook zo is. Dat je dan echt even kan denken van hè wat zei die nou. Terwijl het ook gewoon een Nederlander is natuurlijk. Die dat tegen me zei.

Sietske: Ja, ik heb vroeger Flikken Maastricht gekeken en ik vond het altijd heel grappig dat die hun accent… Want natuurlijk, die twee hoofdrolspelers waren, dan helemaal niet van daar. Dat weet ik nog, dat vond ik dan niet geloofwaardig. Maar dan ze hadden toch een paar lokale acteurs of mensen die wel van daar afkomstig waren. Ik dacht: ja, dat lijkt ook wel een beetje meer op het Limburgs uit België. Het heeft wel meer die accenten ofzo.

Robin: Misschien goed om heel even uit te leggen. Flikken Maastricht is dus een tv-serie. Soort van politieserie, dat dan speelt in Maastricht.

Sietske: En ik denk zelfs dat Flikken begonnen is in België. Want we hadden gewoon Flikken zonder dat daar dan een stad bijkwam, en dat was in Gent. En nadien is er dan een, een versie opgetrokken uit Nederland, die ook goed was.

Robin: Flikken is denk ik ook een beetje een Vlaams dialectwoord, of niet? Dat betekent gewoon politie toch.

Sietske: Ja, flikken betekent politie. Voor mij is ‘flikken’ heel normaal. Ik denk gewoon dat dat standaard is, maar blijkbaar, ja, ik weet wel dat het tussentaal is, maar het is in Nederland niet zo gekend.

Robin: Nee, ik zou dat niet zo snel gebruiken, denk ik.

Sietske: Welk woord je gebruiken jullie voor de politie?

Robin: Ja, politieagent.. wouten gebruiken nog wel eens. Ik weet niet of jullie dat gebruiken? Wouten.

Sietske: Ah ja! Om terug naar het tv te gaan, trouwens. Ik heb ook een andere serie gekeken, Undercover. Ook een aanrader in het Nederlands en dat is dus dat is ook een beetje in Limburg, Limburg/Antwerpen. En er zijn een paar Nederlanders en die refereren altijd naar de wouten en wij zouden zeggen: dat zijn de flikken.

Robin: Het is een beetje het scheldwoord, maar nog wel op zich netjes.

Sietske: Ja, maar bij ons ook, maar nu is het zoveel gebruikt geworden dat het niet meer… Ja, niet meer echt een scheldwoord is.

Robin: Nu we toch over de verstaanbaarheid van het dialect hebben. Misschien is dit een goed moment om meteen even te testen of ik het jou dialect kan verstaan.

Sietske: Ja, ja, ik had eigenlijk… Ik heb nog niet zo lang geleden, ook weer op basis van een televisieprogramma, heb ik een podcastaflevering gemaakt. En daar een heel aantal Kempische, want ik kom uit de Antwerpse Kempen, uitdrukkingen en die dus eigenlijk in het dialect zijn. Die heb ik daar opgesomd en gevraagd aan de mensen van: hé, kunnen jullie dat begrijpen? En dat was heel grappig, heel populair en ik dacht: ik ga eens horen of dat een Nederlander daar iets van gaat begrijpen, want wie weet?

Robin: Ik ben benieuwd.

Sietske: Dus ehm, we zullen eens zien he. Als ik tegen jou zegt, Robin, ik weet er nougabollen van.

Robin: Oké, nougatbollen zijn dan denk ik… wij zouden dat uitspreken als noga-ballen.

Sietske: Ja.

Robin: We hebben wel de de uitdrukking: ik weet daar de ballen van. Dus op zich, dat lijkt er op zich wel op, dus: ‘daar weet ik niks van’.

Sietske: Ja, daar weet ik niks van. Ik weet zelfs niet wat nougaballen zijn.

Robin: Ja, noga/nougat is een soort van snoep.

Sietske: Ja, maar nougatbollen?! Ik heb dat nog nooit gezien.

Robin: Nee.

Sietske: Ja, maar dat was een goeie om mee te starten. Dat was niet zo moeilijk. Ehm een werkwoord, het werkwoord vossen. Wat betekent dat?

Robin: Even denken, hoor, een vos is natuurlijk sluw. Ik weet niet of het daar misschien iets mee te maken heeft, iets iets heel sluws doen.

Sietske: De Antwerpse versie is vogelen.

Robin: Vogelen? Nee, sorry dat weet ik niet.

Sietske: Het is eigenlijk een beetje… het is een expliciet woord.

Robin: Vertel maar!

Sietske: Ja, in het Nederlands zeggen jullie neuken. Wij gebruiken dat niet zo heel veel. Maar ja voila, dat moest er tussen. Oké, goed, de volgende. Als ik zeg: “ik zen friejed op ei”.

Robin: Ik denk… het klinkt wel positief is. Ik denk… ik ben blij met jou.

Sietske: Bijna, bijna. Het is eigenlijk: ik ben trots op jou.

Robin: Kijk!

Sietske: Ja, ja, dat is goed, goed. Een half punt, zou ik zeggen. Goed, aha, nog een werkwoord. Het werkwoord taffelen.

Robin: Taffelen?

Sietske: Ja.

Robin: Klinkt een beetje als tafelen, maar dat is misschien te makkelijk. Het is niet naar een restaurant gaan of zo. Het klinkt ook wel een beetje als kletsen, of met elkaar praten, of zoiets. Ik zit lekker taffelen.

Sietske: Zou kunnen, maar dat is, dat is niet correct. Het is het… het kan er op zich wel iets mee te maken hebben in de zin van rustig. Taffelen dat betekent eigenlijk dat je de dingen traag doet. En eigenlijk is het zo’n beetje van… als ik tegen jou zegt: zeg, niet taffelen. Van: kom, doe een beetje verder, je moet niet te lang iets laten aanslepen. Ja, dat is hetzelfde als op op het gemakske doen.

Robin: Mmm.

Sietske: Is dat iets dat jij zo gemakkelijk begrijpt?

Robin: Ja, dat snap ik wel ja. Ik zou niet… zegmaar dat uiteinde -ske, dat zou ik natuurlijk nooit zelf gebruiken. Iets op je gemakje doen, dat kennen wij ook wel.

Sietske: Dat is wel Nederlands, goed. Soms twijfel ik zelf hè. Dat is soms heel moeilijk, van ja. Is dat nu begrijpbaar, is dat nu verstaanbaar of niet?

Robin: Ja.

Sietske: Ik heb nog een hele goeie. Gaan we ook een beetje makkelijker zeggen. De dialect versie is: “een stuk in awe frak hemmen”. En als ik het zo een beetje mooier zeggen, is het een stuk in jouw jas hebben. Een stukje in jouw jas hebben.

Robin: Een stuk in mijn jas hebben, oei, wat zou dat kunnen betekenen. Het doet me wel denken aan een Nederlands… of in ieder geval iets dat we in Nederland kennen: een stuk in je kraag hebben. Volgens mij betekent dat dronken zijn. Kan dat?

Sietske: Jaaa! Goed, heel goed. Het is dat, helemaal hetzelfde. Ik had daar zelfs niet aan gedacht dat er een, een andere versie bestond.

Robin: Ja, het is een beetje een ouderwetse uitdrukking in Nederland, een stuk in je kraag hebben. Ik denk ook niet dat iedereen dat per se kent. Ik moest er zelf ook even over nadenken. Maar die hebben dus schijnbaar wel dezelfde oorsprong of iets dergelijks.

Sietske: Ja, ja, de Kempen is ook niet zo ver van Nederland natuurlijk, hè. Maar ik heb nog eentje en die is, denk ik, dat een substantief. Die gaat ook moeilijk zijn: een talloor.

Robin: Een talloor… heb je misschien een hints.

Sietske: Dat heeft te maken met…. het is een object dat je in de keuken kan terugvinden.

Robin: Is het een soort pan?

Sietske: Nee, ik zal het in een zin gebruiken. Ik heb tomaten, komkommers en kaas op mijn talloor gelegd.

Robin: Soort van snijplank dan, denk ik.

Sietske: Het is gewoon een bord.

Robin: Ja, kijk.

Sietske: Maar er hoort nog een hele leuke uitdrukking bij, en die ga ik even in het dialect zeggen: oren gelijk talloren en niet kunnen horen.

Robin: Dus oren zo groot als borden maar niet kunnen luisteren.

Sietske: Ja, dat is het, die heb ik vaak gehoord als kind. Goed gedaan, dat was niet slecht.

Robin: Je hij refereerde er zelf net ook al een beetje naar dat… ja, dus dat Nederlanders en Belgen elkaar over het algemeen wel goed kunnen verstaan. Überhaupt mijn eerste vraag is, denk ik, eigenlijk: hoe veel Nederlandse media gebruik je eigenlijk? Dus je zei net al dat je bijvoorbeeld Flikken Maastricht kijkt. Kijk je meestal naar de Belgische tv of eigenlijk ook wel vaak naar Nederlandse tv of podcasts?

Sietske: Ja, dat is een hele goeie vraag. Ik denk… ik persoonlijk niet zoveel tv meer. Ik heb ook geen tv. Dus ja, ik kijk tv via mijn computer. Maar toen ik kind was, dan luisterde ik eigenlijk heel… dan eh, sorry dat keek ik eigenlijk heel veel naar tv. En dan gebeurt er wel heel vaak dat wij naar de Nederlandse tv keken, omdat… Ik denk dat de Nederlanders vroeger zijn begonnen met tv en dat er nog altijd wel een beetje zo in zat dat er zo soms wel interessante of betere programma’s in Nederland te bekijken waren. Dus ik heb wel vroeger wel vaak naar Nederlandse tv gekeken. Ik denk dat zij ook eerst waren met een kinderjournaal. Dat was heel leuk, dan was dat zo’n beetje trager gesproken. Dat is ook… dat was echt fijn om naar te kijken, dat herinner ik mij nog. 

Maar nu, ja, ik denk dat er een beetje, ook een een soort van algemene beweging wel is, dat de meeste Vlamingen nu ook wel veel meer… veel minder afhangen van Nederland. Vroeger hadden wij ook nog dat idee van: wij moesten heel mooi, netjes gesproken Nederlands spreken, Nederland was de standaard. En ja, wij Vlamingen waren daar maar zo’n beetje. Ja, we moesten dat, ja, hoe moet ik zeggen… dat idee toch een beetje volgen en dat is nu veel minder. Dus nu, nu denk ik dat er veel meer, ja, Vlaamse serie en Vlaamse tv ook is. Ik denk dat de meeste mensen nog heel weinig naar de Nederlandse tv kijken. Maar ik weet het niet, want ik kan natuurlijk niet voor de Vlamingen spreken. Qua podcast, moet ik zeggen: als ik zie je dat het in het Nederlands is van Nederland, dan moet het echt wel goed zijn voor ik ernaar gaan luisteren. Want ja, het is toch anders, het is niet helemaal dezelfde taal en de verwijzingen zijn soms anders. Maar ik vind het natuurlijk leuk hè, maar dat is wel een beetje alsof ik naar een buitenlandse podcast luister, soms. Dat moet ik toegeven.

Robin: Maar het is wel grappig dat je zegt dat je veel Nederlandse kinderprogramma’s heb gekeken vroeger, want op de Nederlandse tv zijn ook wel veel Belgische of Vlaamse programma’s geweest. Bijvoorbeeld Samson en Gert is natuurlijk een beroemde. Dat is ook veel Nederlandse tv geweest en ik kan me ook herinneren dat ik… dat er een soort van Sinterklaas programma was toen ik kind was, en dat was ook, als ik me goed herinner, in het Vlaams.

Sietske: Natuurlijk! Dag, Sinterklaasje! Dat was ja, dat was echt prachtig, dat programma, dat is heel goed geacteerd. Er waren echt twee topacteurs… meer dan twee trouwens maar twee die ik nu ook nog ken, dat weet van, ah ja, die speelde daarin mee. En dat was heel mooi gemaakt. Dus ik snap dat dat werd geëxporteerd. Van Samson en Gert wist ik niet dat het werd geëxporteerd. Vind ik iets minder goed. Maar was dat dan niet vreemd voor jullie om zo een Vlaams programma te zien?

Robin: Ja… ja en nee. Ik denk dat je als kind daar sowieso wat minder moeite mee hebt, omdat je… alle taal is, in principe nieuw voor je, of veel taal is nieuw voor je. En ik denk ook wel dat het gesproken is in gewoon Nederlands, dat goed bereikbaar is voor iedereen. Omdat het gewoon een kinderprogramma is. Ja, dus ik stond er eigenlijk niet echt bij stil, denk ik als kind, dat het eigenlijk in het Vlaams gesproken was. Het was gewoon normaal.

Sietske: Ja, ja, ik vind dat wel grappig ook. Ik heb altijd de indruk dat de Nederlanders het veel moeilijker vinden om de Vlamingen te begrijpen dan omgekeerd. Wij zijn er toch een beetje meer op getraind. Ik denk om he… net om wat ik daarnet zei dat voor ons heel lang het Standaardnederlands ook toch een beetje uit Nederland kwam. Maar misschien is dat niet voor iedereen zo. Ik moet zeggen, ik ben eigenlijk een kwart Nederlandse, oooh nee! Mijn grootvaders die ja, die is nog wel een deel in Nederland opgegroeid. Ik heb altijd wel een beetje de Nederlandse invloed gehad en wij zijn ook wel vaak naar Nederland geweest. Maar natuurlijk ge hoort nu aan mij: ik heb een super Nederlandse naam, maar ik spreek totaal niet met Nederlands accent. Hoewel dat wij allemaal, denk ik, de reflex maken, als wij een Nederlander voor ons hebben om toch een beetje mooiers te gaan spreken, en… haha.

Robin: Dat is eigenlijk ook een vraag van mij. Wat… want ik heb dus het verschil uitgelegd tussen de standaardtaal, tussentaal en dialect in de reguliere podcast. Zou je kunnen vertellen wat je nu eigenlijk spreekt? Zou je dus zeggen dat je tussentaal spreekt, of meer de standaardtaal.

Sietske: Ja, dat is echt een goeie vraag, want soms denk ik dat ik dat zelf ook niet zo goed weet. Maar ik vermoed, voor mij, wat het meest standaardtaal is, is wat ze echt op tv spreken. Dat was toch vroeger zo, want dat is nu ook niet meer helemaal waar. Maar als ik dan… als ik bijvoorbeeld [zeg], “ik weet het niet zo goed”, dat is voor mij standaardtaal en dat kan ik eigenlijk gewoon niet meer. Dus ik denk dat ik altijd wel een vorm van tussentaal spreek. Door een paar dingen weg te laten. Nu, als ik lesgeef… ik heb een tijdje lesgegeven ook natuurlijk, Nederlands als tweede taal, dan ben ik daar wel veel meer mee bezig. 

En dan denk ik dat mijn taal toch wel als standaardtaal kan geclassificeerd worden. Maar meer en meer, zeker als de studenten een hoger niveau hebben gehaald, dan komt er altijd tussentaal tussen. In de zin van en dan begin ik ook met ‘ge’ te spreken. Maar dat is het grootste verschil he, tussen standaardtaal en tussentaal. Dat wij dingen weggelaten, dat met ‘ge’ spreken, dat de vervoegingen soms een beetje anders zijn. Of dat er woorden bijkomen, he. Het is eigenlijk zoals Sofie het op mijn podcast goed heeft uitgelegd. Want ik heb dus vorige week een experte tussentaal op mijn een podcast gehad, die dat een beetje beter heeft uitgelegd en daar ook heel veel over kan vertellen. Ik ben daar iets minder goed in, maar ze zegt: het is eigenlijk gemaakt om sneller te spreken. Ja, om u gewoon te kunnen uitdrukken om, om, om… hun gevoel eigenlijk uit te drukken, niet om per se iets over te brengen. Dus waar ik nu doe, is niet helemaal tussentaal, want ik let nog wel wat op mijn woorden. Maar vanaf het moment dat we gewoon praten en het gewoon een beetje laten gaan, dan is het tussentaal.

Robin: Nog een andere vraag: Ik ben wel benieuwd… Misschien is het niet helemaal duidelijk wanneer, in welke situatie je dus wat spreekt. Dus ik heb een aantal situaties op een rij gezet en ik ben wel benieuwd wat voor een… Dus of je tussentaal zou spreken of juist meer standaardtaal of misschien, als je het spreekt in dialect. Misschien kunnen daar even naar kijken. Dus ik was benieuwd, bijvoorbeeld bij de bakker. Als je een brood besteld, zou je dan eerder tussentaal of dialect gebruiken? Of standaardtaal, denk je?

Sietske: Ja, dat hangt er dus af. Als je naar de bakker gaat in het dorp waarvan je afkomstig bent, bent of in het dorp waarvan je afkomstig zijt…, dat is dus tussentaal. Dan denk ik dat dat wel meer in het dialect is. Maar als je naar een bakker gaat in West-Vlaanderen en ge zijt daar niet van afkomstig. Ja, dan gaat je geen dialect…. dan gaat ge niet uw eigen dialect spreken van thuis, want dan gaan ze daar niet begrijpen. Nu, ik denk niet een gesprek in een bakker is vaak ook… ja, er zijn niet zoveel woorden die… die gebruikt worden in het dialect denk ik. Hmm ja, in West-Vlaanderen misschien wel.

Robin: En als je met vrienden spreekt.

Sietske: Ja, vrienden is in mijn geval tussentaal want ik spreek geen dialect meer. Maar ik kan me inbeelden… mensen die ergens zijn opgegroeid, daar nu nog altijd wonen, die gaan dialect het spreken, onder elkaar zeker.

Robin: En met familie ook.

Sietske: Familie is denk ik de allereerste plaats waar ge het dialect ook leert. Familie is ook wat bepaalt of je dialect spreekt of niet, want in mijn geval… iets heel persoonlijks: Ik ben… we waren met drie thuis vroeger en bij mij en mijn broer heeft mijn moeder nog… en mijn vader ook denk ik, nog redelijk netjes Nederlands gesproken dus ik denk tussentaal. Maar de derde [kind], dan waren ze dan een beetje beu. Dan begon dat wel allemaal wat platter te worden. Zo zeggen wij dat: platter wilt zeggen, meer richting dialect. Dus ik denk… ik had ook vriendinnen die wel altijd dialect thuis spraken of toch bijna dialect en die het dan effectief ook moeilijker hadden om… om gewoon ja tussentaal terug te spreken. Dus ik denk je familie is de plek waar je het leert, dialect of niet.

Robin: Oké en de laatste situatie: als je zelf bijvoorbeeld een ober bent in een restaurant. Dus een beetje, nou, laten we zeggen, een beetje een chic restaurant, zou je dan wel meer in standaardtaal spreken, of wordt er dan ook tussentaal gesproken.

Sietske: Standaardtaal wordt echt nog weinig gesproken hoor. Minder en minder. Nu, ik ben natuurlijk, ik heb het niet onderzocht, ik ben er niet zo bewust mee bezig. Dus nu dat gij me die vraag stelt, denk ik: goh ja, is dat dan tussentaal of standaardtaal…. ik zou dat niet zou kunnen zeggen. Ja, ik denk, ik denk toch nog in de meerderheid van de gevallen dat er toch nog veel tussentaal wordt gesproken. Ja, zeker… ja, ge zegt nu een chic restaurant, maar op zich maakt het niet zo veel uit, he. Het blijft een setting waar dat alles een beetje losser is. Ik zou zeggen: een sollicitatiegesprek is misschien eerder een moment om toch meer standaardtaal te spreken. Dat zal voor mij de enige situatie zijn waarin ik zeg… buiten dan als ik met anderstalige spreek, waarvan ik weet dat tussentaal wat moeilijker is. Maar dan een sollicitatiegesprek ja.

Robin: En dus als je presentator bent op het journaal, dan spreek je ook van Standaardnederlands, maar voor de rest bijna eigenlijk niet.

Sietske: Ja, ja, nu dat zijn er niet zo veel he, die het journaal presenteren of op televisie komen. Haha

Robin: Je gebruikt ook de ge- en gij-vorm met de daarbij horende u en uw. Die vorm gebruiken we in Nederland dus helemaal niet meer. Gebruik jij eigenlijk de je- en jij-vorm helemaal niet? Of is dat… zijn er ook nog situaties waarbij je die vorm nog wel gebruikt.

Sietske: Ja, ik gebruik dat nog wel als ik het idee hebt dat ik toch een beetje meer netjes moet spreken. En zeker als ik met Nederlanders spreekt… dus nu de reden waarom ik nu ook soms je of jij gebruik is, omdat ik het kopieer van jou. Dus kopieer het van u, he. Maar voor mij is je en jij eigenlijk een beetje een manier om ja, want waar meer netjes te spreken. Ik ken het ook niet anders uitdrukken. Dus ik gebruik het nog wel, maar helemaal niet zo veel als ge en gij.

Robin: Want in Nederland hebben we dus de u- en de uw-vorm voor formele situaties. Of als je bijvoorbeeld met je baas praat of met een ouder persoon die je niet kent. Gebruik je in dat soort situaties ook de u- en uw-vorm, of misschien juist de je- en jij-vorm.

Sietske: Dat is een hele goeie vraag. Want ik betrapte mezelf erop als ik nog formeel wou zijn hè, want ondertussen, ik ben niet zon formeel persoon, dat moet ik wel toegeven. Maar vroeger als ik met leerkrachten of oudere mensen moeten spreken waarvan ik dacht van: oei, dat is belangrijk… of werkgevers. Ja, dat is ook nog wel voorgevallen. Dan dacht ik: ja, nu moet ik… want voor ons is dat dan moeilijk natuurlijk, want als we ge en gij zeggen dan zeg ik sowieso u en uw. Dus als je daar niet dat directe aanspreekvorm moest gebruiken, als ik niet moest zeggen aaah…. want je kunt zeggen: hé, hoe gaat het met u. En dan is dat heel formeel. Kan zijn, of net heel informeel. Maar als ik iemand direct dan moest aanspreken, dan durfde ik ook wel jij te zeggen dan omdat ik dacht: ja, dat is toch beter dan gij. En u vond ik te formeel. Dus ja, bij ons is dat toch wel helemaal anders, denk ik, dan in Nederland. Ja, we hebben meer keuzestress.

Robin: Toen we de afspraak maakte om deze podcast op te nemen, toen kwam ik eigenlijk nog wel een leuk het verschil tussen hoe Vlamingen en Nederlanders. naar bepaalde woorden kijken tegen. Ik wou die graag nog een keer herhalen, namelijk dat we verschillende namen hebben voor de tijden van de dag. Dat ik dat echt wel grappig verschil vond. Dus ik wil eigenlijk aan je vragen: hoe laat is de ochtend?

Sietske: Ja, ah nee nu moet ik nadenken, hé, want ik weet dat we het daarover hebben gehad en dat dat bij jullie anders is. Voor mij is de ochtends tussen zes en negen, zes en tien.

Robin: Voor een Nederlander is dus de ochtend, ja, dus inderdaad vanaf zes uur ’s ochtends ongeveer, tot 12 uur ’s middags.

Sietske: Nee.

Robin: Ja, die hele periode heet bij ons de ochtend.

Sietske: Nee maar bij ons is er dan de voormiddag.

Robin: En dat is dus tussen negen en 12 ongeveer.

Sietske: Ja, klopt.

Robin: Ja de voormiddag, die gebruiken wij eigenlijk helemaal niet echt als Nederlander.

Sietske: Maar bij ons is het is gemakkelijk, want als we iets afspreken en wanneer spreken we af? Ja, als ge zegt ‘in de ochtend’ dan zeg ik wat? Zijt gij zot? Maar als je zegt ‘in de voormiddag’ ja, dan heb je een veel groter…. want dan kan dat nog zijn voor negen uur, maar hangt er een beetje van af. Ja, maar ja, dat is eigenlijk gewoon niet duidelijk bij ons, denk ik.

Robin: En de middag? Hoe laat is die?

Sietske: Tussen 12 en één of tussen 12 en twee, als je het wil trekken.

Robin: Oké, ja, dat is bij ons is ook weer verschillend. Bij ons is de middag gewoon de hele periode tussen 12 en zes ongeveer.

Sietske: Oeh? Ja, nee, nee, dat is bij ons ook verwarrend dan. Als je zegt ‘afspreken in de middag’ dan denk ik, oei en lunchen dan? Wanneer ga ik dat toen? Ja…

Robin: Hoe heet het na de middag, dus vanaf twee uur? Hebben jullie daar een naam voor?

Sietske: Je zegt het zelf, de namiddag. En dan hebben we eigenlijk ook nog een beetje daarvoor. We hebben…. we hebben eigenlijk de vroege namiddag en de late namiddag. Dus dan kunnen we zo zeggen: zullen we dan vroege namiddag [afspreken]? Ja, nou, nee, doe maar de late namiddag. En dan kan dat vier, vijf uur zijn. Zes uur is toch al avond, denk ik.

Robin: Ja, de namiddag, dat gebruiken op zich ook wel als Nederlanders, maar dat is dan, zeg maar, het einde van de middag. Dus ongeveer tussen vier en zes is dan de namiddag.

Sietske: Nou ja, dat is late namiddag he.

Robin: Oké, en tot slot de avond.

Sietske: Ja, ik zeg het: vanaf zes uur, denk ik, is het al avond. De avond is voor ons van zes tot als je gaat slapen, maar dat hangt ervan af. Wanneer dat het donker wordt, denk ik, dat is dat zo meer de avond. Want nu is het een beetje, langer nog namiddag, maar dat durf ik ook niet met zekerheid zeggen, het was allemaal onduidelijk.

Robin: Ik denk dat dat toch iets…. toch nog iets is waar we dan elkaar kunnen vinden. Dat is wel in Nederland ook hetzelfde.

Sietske: Pfoe, gelukkig! Dus als ik naar Nederland ga dan spreek ik gewoon alleen maar ’s avonds af.

Robin: Ja, verstandig, dan kan het niet misgaan. In de hoofdaflevering heb het niet heel uitgebreid daarover gehad, maar Vlaams heeft ook een unieke woordenschat. Jullie gebruiken een aantal woorden die in het Nederlands eigenlijk helemaal niet voorkomen. Heb je misschien zelf een favoriet Vlaams woord dat je weet wat dus in Nederland niet gebruikt wordt?

Sietske: Dat is natuurlijk een moeilijke vraag, omdat wij vaak ook niet weten, dat dat woord niet gebruikt wordt. Maar er is er een hele populaire en dat is: goesting. Ja, ik zei van daarstraks toen we begonnen: ik heb er zin in, maar eigenlijk meestal zeggen wij dan: ik heb er goesting in. Ja, ik heb er goesting voor… ah nu weet ik het zelf niet, wacht. Ah nee we zeggen gewoon: ik heb goesting. Ik heb goesting om erin te vliegen.

Robin: Ik heb nog een paar andere woorden opgeschreven die ikzelf dus nooit zal gebruiken, maar waarvan ik misschien benieuwd ben of je daarvan de betekenis zou kunnen uitleggen. De eerste is bomma.

Sietske: Ah bomma. Gullie gebruikt dat niet. Allee. De bomma en de bompa he, dat zijn de grootouders.

Robin: Dus de opa en oma.

Sietske: Ja, ja, opa en oma. En wij zeggen ook… ik ben opgegroeid met mijn opa en oma, he, de opa die dan naar Nederland kwam en de Belgische oma ja… En dan aan de andere kant was het de moemoe en vava.

Robin: Oké, die ken ik ook niet.

Sietske: Ja, voila. Sommige mensen zeiden bomma en bompa. Sommigen zeiden moemoe en vava. En opa en oma was er ook, maar dat was al wel meer richting Nederlands, denk ik.

Robin: Oké, en plezant is ook wel een typisch Vlaamse woord volgens mij.

Sietske: Ja… plezant… ik denk, jullie gebruiken daar meer leuk. Wij gebruiken plezant, maar ook tof. Gebruiken jullie ‘tof’ ook?

Robin: Ja, gebruiken we ook wel.

Sietske: Oké, maar plezant is dus echt duidelijk Vlaams. Voila, dat wist ik ook niet.

Robin: En dat betekent dat is gewoon leuk of iets plezierig.

Sietske: Ja… plezierig, dat gebruiken wij dan weer niet, plezierig.

Robin: Ik kwam nog tegen: pompelmoes. Dat is een woord dat wij niet gebruiken.

Sietske: Ah, maar wat gebruiken jullie dan wel? Ik zou daar niet eens een ander woord voor weten!

Robin: Volgens mij heet dat in het Nederlandse een grapefruit.

Sietske: Ja, het is toch geen Nederlands, dat is Engels!

Robin: Ja, dat ze het woord dat in… bij ons in de supermarkt staat.

Sietske: Nee, echt? Allee!

Robin: Pompelmoes is echt… ja, misschien in het zuidelijk Nederland, dat zou kunnen, maar in Amsterdam zal je nooit het woord pompelmoes in de supermarkt tegengekomen.

Sietske: Dat is dan heel spijtig, want jullie moeten we dan een woord uit het Engels gebruiken. Nu, ik denk wel, om eerlijk te zijn, het komt dat het Frans, he. En in het Frans zeggen ze pamplemousse dus het is gewoon een mooie overzetting, ja.

Robin: Oké, en tenslotte: kuisen?

Sietske: Ja, ik moet daar mee lachen want kuisen… Ja, ik zeg tegenwoordig ook wel vaker poetsen. Maar kuisen is poetsen. Maar ik weet dat het adjectief kuis betekent ook, ja, heel maagdelijk of heel… dus misschien komt dat daar dan wel van. Kuisen, iets terug maagdelijk maken en hmm… Misschien dat ik het daarom niet meer gebruik.

Robin: Ik denk dat Nederlanders veel eerder schoonmaken zouden zeggen.

Sietske: Ja, maar voor ons is schoon natuurlijk niet…. Voor ons is schoon proper. En schoon… Als we zeggen ah dat is schoon, dan is iets mooi. Dus dat is ook natuurlijk een groot verschil. Als ik zeg amai Robin gij zijt schoon, dan bedoel ik niet dat ge uw eigen netjes gewassen hebt. Maar dan denk ik: o, Robin. Terwijl dan zou ik zeggen, ge zijt proper. Dat zeggen wij ook wel vaak. Nou, je ziet er proper uit.

Robin: Maar kuisen is dus meer, zeg maar, stofzuigen, een doekje ergens overheen halen, dat soort activiteiten, toch?

Sietske: Ja, alles wat poetsen is. Het huis poetsen he, dat is… dat is kuisen. Allee of een auto, je kunt een auto kuisen. Je kunt alles kuisen, maar niet uzelf.

Robin: Nee, ja, ik denk dat dan toch schoonmaken wel dicht daarbij in de buurt komt. In het Nederlands. Sietske, jij bent zelf ook taalcoach en je maakt zelf ook een podcast. Vind jij wanneer je in Vlaanderen gaat wonen, dat je beter kan beginnen met de standaardtaal of dat je beter meteen de tussentaal kan gaan leren?

Sietske: Ja, die vraag heb ik zelf ook gesteld aan Sofie. Wat zij dan aanraadt… Sophie is dan de expert tussentaal en want zij is ook leerkracht echt. Maar ik heb vooral beginners lesgegeven, een aantal jaar geleden, en dan heeft het niet zoveel zin. Of dan is er nog niet zoveel verschil tussen standaardtaal en tussentaal. Dan is het, ja, natuurlijk, die ge-vorm, dat is het grootste verschil. Maar dat is pas wanneer, wanneer ge al een tijd met de taal bezig zijt, want je geschreven is het hetzelfde, he. Dus, als ge er een tijdje mee bezig zijt en ge hoort mensen praten en ze praten wat sneller en je begint te beseffen: ah ja, dat is hier wel anders, dan zit je al op een bepaald niveau Nederlands natuurlijk. Dus je kunt ook niet zomaar met tussentaal beginnen. Dat gaat niet echt, je kunt wel, ja, als ge Nederlands leert in België gaat ge nooit, je ga wel spreken met het accent, dat ge hoort, maar niet vanaf het begin. In het begin moet je nog heel hard oefenen en zijt ge nog afhankelijk van boeken en geschreven taal, tenzij dat je het zomaar leert. Maar dat is nogal moeilijk. Dus sowieso, het is een combinatie: je begint met standaardtaal en geëvolueerd daar verder naar het tussentaal.

Robin: Zou je misschien ook wat meer kunnen vertellen over je eigen podcast?

Sietske: Ja, zeker! Die podcast is ook ontstaan uit de drang eigenlijk, die ik voelde, om iets Vlaams-Nederlands te maken. Omdat heel veel studenten Nederlands in België als… zeker als ze op zichzelf beginnen studeren… En ik bedoel met studenten Nederlands, ik bedoel mensen die aankomen in België en die willen Nederlands studeren en ze gaan niet naar de les. Er is heel veel materiaal om Nederlands uit Nederland te studeren enne.. of te bestuderen, te leren. En dan hoort ge ook constant mensen met dat accent uit Nederland. En dat is niet slecht op zich, want ik zeg het: standaardtaal, het is, het is allemaal hetzelfde uiteindelijk he. Geschreven is het hetzelfde, maar ik vond toch, zeker als mensen ook naar een hoger niveau gaan en ze beginnen te beseffen van: oké, dat Nederlands. Die standaardtaal wordt niet zoveel gesproken. Wou ik hen blootstellen aan de tussentaal en tegelijkertijd ook interessante onderwerpen aansnijden. Dus de naam Rebels Nederlands komt eigenlijk van het feit dat het geen standaardtaal is. Dus het is een beetje rebels, een beetje anders uitgesproken. En tegelijkertijd omdat het thema’s die ik daar in gebruik… of die ik, waarover ik het… De thema’s waarover ik het heb, zijn een beetje ja, rebelser.

Robin: Ik heb zelf ook wel een aantal afleveringen geluisterd en ik zou zeker ook de luisteraars van m’n eigen podcast aanraden om jouw podcast ook eens een kans te geven. Ik vond het echt heel erg leuk en ik heb ook begrepen dat je nu zelf een winactie hebt?

Sietske: Ja, klopt, ja, ik heb al een paar keer gewezen, he, naar het interview dat ikzelf heb gedaan met een taalleerkracht. Ja, Vlaamse Tussentaal, ik zou het zo zeggen. En dat is Sophie, van Goesting in Taal en die heeft een heel aantal goede boeken gemaakt. Om net dat verschil tussen het standaardnederlands en de Vlaamse tussentaal om dat… om dat een beetje meer te kunnen uitleggen. Om mensen te doen inzien van: ja, wat is nu eigenlijk juist het verschil? Een beetje ook op een ja, op een schoolse manier, in de zin van: ja, soms heb je gewoon structuur nodig. Van ah, hoe is het dat nu in elkaar? Dus een van haar boeken kan je winnen door naar de podcast te luisteren en om eigenlijk uw eigen favoriete woord of zin in tussentaal of eventueel in het dialect te delen, met ons. Om te zeggen: dat vind ik nu echt een mooi, of een schoon, of een leuke of een plezante uitdrukking. En dan kunnen ze dan een boeken winnen. En je kunt er eigenlijk zelf een beetje meer gaan ontdekken. Hoe zit dat in elkaar? En dat is echt een hele toffe boek dat het legt uit hoe het in elkaar zit. Het geeft voorbeelden, het heeft oefeningen en er zijn ook een paar luisteroefeningen om echt dat verschil te horen tussen ja, wat wordt er hier nu eigenlijk gezegt. En het zijn allemaal ook situaties uit het echte leven. Dus zeker mee doen. Ga naar mijn podcast. De aflevering heet Vlaamse Tussentaal met Sophie en op het einde leg ik het nog eens een keer helemaal uit. En dan kun je deelnemen. Ja, dan je hoe of wat, dus de details zijn daar te vinden.

Robin: Ik zal ook even een linkje in de shownotes plaatsen naar jouw podcast. Dan kunnen mensen het makkelijker vinden. Tenslotte, heb je misschien nog andere tips voor mensen die in België wonen en Vlaamse willen leren, zoals goede tv-series, andere podcast of misschien iets heel anders.

Sietske: Ja, ik heb er heel veel. Misschien is het een goed idee… Ik heb daar eigenlijk een soort van documenten van gemaakt, waar ik mijn overzicht geef. Want ik kijk dan wel geen tv, maar ik kijk wel veel series via de computer. Ik luister veel podcasts en ik heb een overzicht gemaakt, dus ik kan dat zeker het delen. Met uw luisteraars. Het is een Google Doc dus dat is makkelijk bereikbaar.

Robin: Ja, dat zou fijn zijn. Maar zit er daar één specifieke tussen de je misschien hier zou willen nog delen?

Sietske: Ah, ja, dat kan ik natuurlijk ook doen. Ja, ik heb er al een paar gezegd, he. Undercover is een heel goede serie, maar verslavend. Ehm mijn lievelingsprogramma dat ik heb gezien waar ik veel taal heb uitgehaald, was de Kemping en dat gaat over een… Het is een heel mooi project. Een aantal jongeren die op een camping gaan werken in de Kempen. Daarom: de Kemping. En ze volgen eigenlijk hoe dat gaat. Die maand, denk ik, die maand dat ze de camping openhouden en dat er van alles gebeurt. Ja, dan hoort ge heel veel leuke Kempische uitspraken. En ook gewoon het leven zoals het is en dat vind ik altijd heel interessant om te zien. Dat is een aanrader. En qua podcast: ja, de mijne natuurlijk, maar ook die van Pieter. Pieter heeft ook een podcast gemaakt die in tussentaal is opgenomen en die heet Op z’n Vlaams. Die is ook heel tof om naar te luisteren. En nog een andere, die niet per se voor mensen en is gemaakt die Nederlands leren. Maar die heel interessant is, is die heet Bruto Nationaal Geluk, dat is een heel goed gemaakte podcast. Dat is echt een professionele podcasterin, nee, professionele podcaster die dat gemaakt heeft en die doet dat samen met iemand anders. En die brengen heel fijne… heel fijne afleveringen over superinteressante themas. Voor mij interessant.

Robin: En dan wil ik je nu hartelijk danken voor dit gesprek. Ik vond het heel interessant en ik heb veel opgestoken en ik vond het ook gewoon heel leuk.

Sietske: Ja ik ook! Dankjewel. Ik heb wel het gevoel dat ik niet zo representatief ben voor voor ieder. Ik heb een grote taak gekregen, hè, om het Vlaams uit te leggen en te duiden. Ik weet niet of dat ik dat kan, maar ik vond het heel gezellig en ik hoop dat de luisteraars er iets aan gehad hebben.

Robin: Ik denk het wel.

Sietske: Graag gedaan!

Moeilijke woorden

Ge/gij zijt: zelfde als ‘je bent’.
überhaupt: eigenlijk (leenwoord uit het Duits).
Kempen: Regio in Noord-België en Noord-Brabant.
Flikken / wouten: andere woorden voor politieagent. Meestal negatieve bijnamen.
Taffelen: Vlaams woord voor treuzelen.
Talloor: Vlaams woord voor bord.
Keuzestress: stress of spanning, veroorzaakt door teveel keuzes.
Goesting hebben: Vlaams voor zin hebben.
Bomma / Bompa: Vlaams voor opa en oma.
Gullie: Vlaams voor ‘jullie’
Plezant: Vlaams voor leuk, plezierig
Pompelmoes: Vlaams voor grapefruit
Kuisen: Vlaams voor schoonmaken
Proper: Vlaams voor netjes

Verder verdiepen

Wil je meer lezen over Sietske en het Vlaams?

  • Ga zeker naar de podcast van Sietske luisteren!
  • Sietske had het over een filmpje over een West-Vlaming die komt praten op tv. Hij protesteert tegen ondertitels op tv wanneer West-Vlamingen spreken, omdat andere Belgen West-Vlaams slecht kunnen verstaan. Bekijk het filmpje hier! Dit is een heel bekend filmpje in België, omdat het is gemaakt voor een bekend tv-programma. Maar let op, het is gespeeld door een acteur, het is een satirisch filmpje. Desondanks, grappig om te zien.
  • We hadden het over de namen van verschillende delen van de dag in Nederland en Vlaanderen. Zie hier een overzichtje om het duidelijker te maken.
  • Sietske heeft een document opgesteld met bronnen voor als je Vlaams aan het leren bent. Handig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *