#17: Onderwijs in Nederland

3 november 2021 - 22 minuten 44 seconden - 1 reactie

Introductie

Onderwijs in Nederland bestaat uit verschillende fasen en niveau's. In deze aflevering probeer ik het hele onderwijssysteem duidelijk te maken. Van een kleine kleuter van 4 jaar tot een volwassen persoon die promoveert aan de universiteit: ik leg het hele systeem uit. Met alle eigenaardigheden die we in Nederland hebben in het onderwijs!

Luister

Transcriptie

Download de tekst (pdf)

Hallo allemaal! Welkom bij de zeventiende aflevering van Een Beetje Nederlands. Vandaag ga ik het hebben over het Nederlandse schoolsysteem. Vergeet niet dat je de tekst van de podcast kan vinden op de website, samen met een lijst met moeilijke woorden. Ga daarvoor naar www.eenbeetjenederlands.nl.

Deze aflevering gaat over het onderwijs in Nederland. Ik ga deze aflevering het hele schoolsysteem door, van het eerste begin voor kleuters tot het hoogst haalbare in het wetenschappelijke onderwijs. En alles dat daartussen zit.

Nu, door met de podcast!

Schoolsysteem en -typen

Ik zal eerst een globaal overzicht geven van hoe het schoolsysteem in Nederland in elkaar zit. Scholen in Nederland zijn onderverdeeld in verschillende fasen: alle kinderen gaan naar de basisschool en daarna de middelbare school. Kinderen op de basis- en middelbare school noemen we scholieren. Na de middelbare school kan je kiezen of je gaat werken of nog verder gaat studeren, bijvoorbeeld op de universiteit. Vanaf dat moment ben je geen scholier meer, maar student.

Bij de basisscholen en middelbare scholen zijn er verschillende schooltypen, die verschillende onderwijsmethoden aanbieden.

Ongeveer een derde van de scholen in Nederland zijn openbare scholen. Dit zijn scholen die toegankelijk zijn voor alle leerlingen. Er zijn in Nederland namelijk ook scholen die een bepaalde godsdienst aanhangen, zoals Christelijke, Islamitische en Joodse scholen. Die scholen kunnen wel onderscheid maken in welke leerlingen ze accepteren. Bij openbare scholen wordt er wel aandacht besteed aan godsdiensten, zonder daarbij een voorkeur te hebben voor een bepaalde stroming. Er wordt dus zowel aan het Christendom, Islam, Jodendom en andere geloven aandacht gegeven.

Er zijn ook scholen die met een speciale onderwijsmethode werken. Voorbeelden daarvan zijn de Vrijeschool, Montessori, Dalton en Jenaplan. Bij deze scholen leren de leerlingen hetzelfde als op andere scholen: ze krijgen gewoon les in rekenen, taal, geschiedenis en de andere schoolvakken. Wat wel verschilt is de manier waarop de les gegeven wordt. 

Bij een Montessorischool en Daltonschool is bijvoorbeeld zelfstandigheid heel belangrijk. Bij dit soort scholen mogen de leerlingen zelf beslissen wanneer en hoe ze hun schoolwerk doen. Bij bijvoorbeeld een Vrijeschool is de creativiteit van het kind belangrijk en wordt daar bij het lesgegeven extra aandacht aan gegeven.

Ouders mogen zelf kiezen naar welke soort school ze hun kinderen sturen. Al de scholen die ik tot nu toe genoemd heb zijn ook gratis. De overheid betaalt bij al deze scholen voor het onderwijs. In Nederland bestaat privaatonderwijs bijna niet, dus onderwijs dat niet door de overheid georganiseerd wordt. Een belangrijke uitzondering zijn wel internationale scholen, dat is vaak wel privaatonderwijs. Dus voor die scholen moet wel betaald worden door de ouders.

Basisonderwijs

Het basisonderwijs, waar kinderen van ongeveer 4 tot 12 jaar heengaan, is onderverdeeld in 3 fasen: onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Het basisonderwijs is opgedeeld in acht jaren: groep 1 tot en met 8.

De meeste basisscholen beginnen ‘s ochtends om half 9 of kwart voor 9 en de lesdag duurt tot half 3 of half 4. Op woensdagmiddag is er meestal geen les.

In Nederland is het meestal zo dat er één, of soms meerdere leraren per groep kinderen zijn, die hun het hele jaar lesgeven. De juf of meester geven dan dus ook bijna alle vakken. Gymles, dus lichamelijke beweging, is vaak een van de uitzonderingen.

In Nederland gaan de meeste kinderen vanaf 4 jaar naar de basisschool. Het is verplicht vanaf 5 jaar, maar het is gebruikelijk om vanaf 4 jaar te beginnen. Groep 1 en 2 van de basisschool zijn kleuterklassen, waarbij de focus voor de kleuters nog vooral ligt op spelen, knutselen, tekenen en spelletjes. Deze klassen noem je de onderbouw.

Vanaf groep 3 komen de kinderen in de middenbouw. Vanaf dat moment krijgen de kinderen echt les, bijvoorbeeld lezen, schrijven en rekenen. De middenbouw zijn groep 3, 4 en 5.

Heb je wel eens gehoord van Aap Noot Mies? Dat is een hulpmiddel waarmee kinderen in Nederland generaties lang hebben leren lezen. Aap Noot Mies zijn de eerste drie woorden van het zogenaamde leesplankje. Op het leesplankje zag je de klanken van verschillende woorden, met een afbeelding erbij. Zo leerden de kinderen de klanken kennen en de letters die daarbij horen. Aap Noot Mies wordt al decennia niet meer gebruikt, maar is een erg bekend icoon van het Nederlandse schoolsysteem. Mies is trouwens een beetje ouderwetse Nederlandse vrouwennaam.

Vanaf groep 4 leren de kinderen verder rekenen, bijvoorbeeld optellen, aftrekken en vermenigvuldigen. In groep 4 krijg je ook voor het eerst huiswerk, bijvoorbeeld het leren van tafels. Tafels zijn de vermenigvuldigingstabellen, bijvoorbeeld de tafel van 5 is: 1×5 is 5, 2×5 is 10, 3×5 is 15, etcetera. Die moeten kinderen uit hun hoofd leren in groep 4. Verder leren kinderen in groep 4 bijvoorbeeld hoofdrekenen en klokkijken.

In de groepen daarna worden de vakken taal en rekenen steeds moeilijker. Verder krijgen de kinderen les in Engels en leren ze topografie, oftewel het leren over de locatie van landen en plaatsnamen.

Ten slotte komen de kinderen in de bovenbouw van de basisschool. In groep 6 en 7 gaan veel kinderen in Nederland naar schooltuinen. Zeker vroeger in de Randstad kwamen kinderen weinig in aanraking met natuur, en de schooltuinen helpen om les te kunnen geven over natuur, landbouw en het milieu. De kinderen krijgen allemaal een klein stukje land waar ze groenten en bloemen mogen verbouwen. Wanneer de groenten groot genoeg gegroeid zijn dat ze geoogst kunnen worden, krijgen de kinderen de groenten mee naar huis.

Zoals je weet hebben we in Nederland veel water, dus is het belangrijk dat kinderen vroeg leren zwemmen. Daarom bieden veel basisscholen schoolzwemmen aan. Bij de meeste scholen begint schoolzwemmen in groep 5, wanneer de kinderen ongeveer 8 of 9 zijn.

Naast zwemles krijgen kinderen op de basisschool ook verkeersles. In groep 7 of 8 doen veel kinderen verkeersexamen, dat bestaat uit een stuk theorie en praktijk. Ze moeten dus de verkeersregels leren maar ook een stukje door hun buurt fietsen. Hierbij wordt erop gelet of de kinderen zich goed aan de verkeersregels houden. Hierdoor kunnen kinderen al op vrij vroege leeftijd zelfstandig naar school fietsen. Soms al op de basisschool, maar in ieder geval op de middelbare school fietsen bijna alle kinderen zelf naar school.

Aan het eind van het schooljaar krijgen alle leerlingen een rapport. Dat is altijd een spannend moment. De prestaties worden per vak uitgedrukt in een rapportcijfer. In Nederland krijg je een rapportcijfer van 1 tot en met 10, waarbij een 10 perfect is en een 1 zeer slecht. Cijfers van 5 en lager zijn onvoldoende, een 6 is de laagst mogelijke voldoende.

Het is ook nog mogelijk om een plus (+) of min (-) toe te voegen aan het cijfer, bijvoorbeeld een 8+ is een ruime voldoende, zeg maar een 8,2. En een 8- is net lager dan een 8, zeg maar een 7,8.

Typisch Nederlands is de krul, wat een symbool is om mee aan te geven dat iets goed is. Bijvoorbeeld op een toets kan je dit symbool tegenkomen bij een vraag die goed beantwoord is. Dit symbool bestaat alleen in Nederland en Nederland’s voormalige koloniën Suriname, Indonesië en Zuid-Afrika. Zelfs in België gebruiken ze de krul niet, daar gebruiken ze zoals de meeste andere landen een vinkje om iets als goed te markeren.

Het laatste jaar van de basisschool is groep 8. Dat is vaak een spannend jaar voor de leerlingen, omdat in dat jaar besloten wordt naar welk niveau middelbare school ze mogen. Het zogenaamde schooladvies wordt gegeven door de leraar of lerares van groep 8. Zij hebben de kinderen minstens een jaar in hun groep gehad en met de ervaring die zij hebben maken ze een inschatting van het niveau voor ieder kind voor de middelbare school. Daarnaast doen alle leerlingen van groep 8 een eindtoets. De meeste basisscholen gebruiken hiervoor de zogenaamde CITO-toets. In deze toets moeten de leerlingen meerkeuzevragen beantwoorden over verschillende onderwerpen: ​​taal, rekenen, studievaardigheden en wereldoriëntatie. Wereldoriëntatie is een brede categorie waar bijvoorbeeld aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek onder vallen. Op basis van de uitslag van deze eindtoets kan het schooladvies nog aangepast worden, dus de leerling op een hoger of lager niveau terecht komen.

Veel scholen sluiten groep 8 af met een schoolreisje, wat het schoolkamp wordt genoemd. Dit is de afsluiting van het schooljaar en van de schooltijd van de leerlingen op de basisschool. De leerlingen gaan nog één keer weg met de klasgenoten en leraren, voordat ze naar de middelbare school gaan.

Veel basisscholen sluiten het jaar in groep 8 definitief af met een schoolmusical. De leerlingen van groep 8 repeteren wekenlang voor de musical, die de leerlingen aan het eind van het jaar zingend en dansend opvoeren voor hun ouders.

De leerlingen hebben vrije keuze naar welke middelbare school, op hun niveau, ze willen gaan. Maar op veel plekken is het zo dat sommige middelbare scholen populair zijn en daar veel leerlingen heen willen, meer dan dat ze plek hebben. Vooral in Amsterdam is dat een groot probleem, maar ook in veel andere steden tegenwoordig. Om dit op te lossen is er een loting, waarbij leerlingen meerdere scholen moeten opgeven waar ze heen willen. De loting bepaalt wie naar welke school mag. Helaas kan dus niet iedere leerling naar de middelbare school die ze zouden willen.

Uitdrukking van de week

Voordat ik verder vertel over middelbare scholen, is het eerst tijd voor…

De uitdrukking van de week.

De uitdrukking van deze week is: “Uit de school klappen”. Dit betekent: iets vertellen dat geheim had moeten blijven. Bijvoorbeeld wanneer je een geheim hebt verteld aan een goede vriend, maar die vertelt het aan iemand anders. Dan heeft je vriend uit de school geklapt. Het was niet de bedoeling dat hij het geheim zou vertellen.

Dit spreekwoord heeft het werkwoord klappen dat je misschien kent, bijvoorbeeld in je handen klappen. Maar klappen heeft in deze zin een andere betekenis, namelijk praten. Klappen is een oud woord voor praten, die niet meer in gebruik is. Deze uitdrukking komt van kinderen die thuis vertellen wat er op school gebeurd is. Dit is in de loop der tijd veranderd naar vertellen over iets geheims.

Voortgezet onderwijs

Na de basisschool volgt dus de middelbare school, dit noemen we voortgezet onderwijs. Ook op de middelbare school zijn de meeste leerlingen nog steeds leerplichtig, oftewel verplicht om naar school te gaan. De kinderen zijn gemiddeld 12 jaar als ze in de eerste klas van de middelbare school beginnen. Alle kinderen zijn in ieder geval tot hun 16de leerplichtig, en daarna afhankelijk van de diploma’s die ze hebben nog steeds. 

Op de middelbare school zijn de lessen meer onderverdeeld in aparte vakken dan op de basisschool. Op de basisschool hadden de leerlingen nog één leraar of lerares die alle vakken gaf het hele jaar, op de middelbare school heeft ieder schoolvak een eigen leraar of lerares. Ook krijgen de leerlingen een mentor op de meeste scholen, die de leerlingen begeleidt en een aanspreekpunt is voor de ouders.

Typische vakken die je op de middelbare school krijgt zijn Nederlands, geschiedenis, biologie, natuurkunde, scheikunde en Engels. De meeste leerlingen krijgen in ieder geval een paar jaar Frans en Duits, soms ook andere vreemde talen als Spaans of zelfs Chinees. Daarnaast zijn er vakken als maatschappijleer, waarbij je leert over hoe de samenleving in elkaar zit, bijvoorbeeld de politiek, het Nederlandse rechtssysteem en de rol van de overheid. Alle leerlingen krijgen lichamelijke opvoeding, oftewel gymnastiek. Dat was een van mijn favoriete vakken vroeger. Een ander vak is beeldende vorming, waarbij de leerlingen kennismaken met kunst: schilderen, tekenen en digitale kunst. Verder zijn er de vakken informatica en muziekles. 

Het middelbare onderwijs is in Nederland opgedeeld in vier niveaus: praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo.

Het praktijkonderwijs is bedoeld voor kinderen die niet goed kunnen leren of kinderen met een leerachterstand. Meestal duurt deze opleiding 5 jaar. Bij dit type onderwijs worden de kinderen voorbereid op de arbeidsmarkt, dus om te gaan werken. Na de 5 jaar praktijkonderwijs kunnen de leerlingen gaan werken bij een bedrijf of doorstuderen op het vmbo.

Het vmbo is de grootste groep van de vier richtingen, hier gaat ongeveer 60% van de leerlingen heen. Vmbo staat voor Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs. De naam zegt al dat het de scholieren voorbereid op de volgende stap, namelijk het middelbaar beroepsonderwijs. Daar komen we zodirect op. Het vmbo duurt 4 jaar en is weer opgedeeld in verschillende niveau’s. Deze niveaus zijn theoretisch ingericht op de hogere niveau’s en praktisch op de lagere niveaus.

Het havo duurt 5 jaar. Havo staat voor Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Bij het havo krijg je dus geen beroepsonderwijs maar algemeen onderwijs, niet per se gericht op het leren van een beroep. Het niveau van havo is hoger dan het vmbo, er wordt meer zelfstandigheid van van de leerlingen verwacht en ze krijgen meer huiswerk. De eerste 3 jaar van het havo krijgen alle leerlingen dezelfde vakken. Deze 3 jaar heten weer de onderbouw. Daarna kiezen de leerlingen een profiel, dat bepaalt welke vakken je krijgt in de bovenbouw. Zo is er een profiel waar meer bèta-vakken als wiskunde en natuurkunde in zitten en een profiel waar bijvoorbeeld economie en geschiedenis meer aandacht krijgen.

Ten slotte is er het vwo, dat staat voor Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs. Het vwo duurt 6 jaar. Veel van de leerlingen zijn dus al volwassen als ze klaar zijn met het vwo. Het lesmateriaal op het vwo is nog wat moeilijker dan het havo. Ook zal een vwo’er harder moeten werken dan een havoleerling: op het vwo krijg je meer huiswerk en moet je meer leren.
Voor de echte studiebollen is er het gymnasium, het allerhoogste niveau voor de middelbare school. Dat is onderdeel van het vwo, maar dan krijg je ook de talen Latijn en Grieks als extra vakken.

Hoger onderwijs

Veel leerlingen gaan na de middelbare school nog doorstuderen. Daarom worden de niveaus op de middelbare school ook voorbereidend genoemd. Afhankelijk van het niveau middelbare school dat je gedaan hebt, kan je doorstuderen naar de universiteit, de hogeschool of op het mbo.

Als je een vmbo-opleiding hebt afgerond kan je naar het mbo, het Middelbaar Beroepsonderwijs. Daar krijg je praktijkgericht onderwijs om je voor te bereiden op een bepaald vak, bijvoorbeeld automonteur, verpleger of ICT-er. De lessen zijn hier vaak erg praktisch en zorgen er voor dat je de basis hebt om het vak uit te voeren.

Havisten, leerlingen die havo hebben gedaan, kunnen naar het hbo, het Hoger Beroepsonderwijs. Ook dit onderwijs is gericht om een beroep te leren, maar op een hoger niveau dan het MBO. Het HBO is een beetje een mix tussen praktisch en wetenschappelijk onderwijs.

Als je vwo gedaan hebt, kan je meteen naar de universiteit. In iedere stad in Nederland heb je wel een universiteit, maar sommige hebben hun eigen specialisatie. Zo zijn er in Delft, Wageningen en Eindhoven universiteiten die gericht zijn op techniek en technologie. De oudste universiteit in Nederland is de Universiteit Leiden, die is opgericht in 1575. De universiteit leert je om wetenschappelijk onderzoek te doen. In de bachelorfase van de universiteit krijg je drie jaar college, oftewel klassikale lessen op de universiteit. Er zijn twee soorten college: hoorcolleges, waarbij de docent of professor de lesstof uitlegt. En werkcollege, waarbij de studenten in groepjes opdrachten moeten maken.

Nadat een student de bachelor gehaald heeft, kan er verder gestudeerd worden aan de universiteit door een masteropleiding te doen. Masteropleidingen duren 1 of 2 jaar aan de universiteit. In de masteropleiding specialiseer je je in een bepaald vakgebied, bijvoorbeeld rechten, sociologie of computer science.

Na de master is er nog de mogelijkheid om te promoveren, dat gemiddeld nog eens 4 jaar duurt. Dit staat gelijk aan het halen van een PhD in het buitenland en wordt in Nederland ook vaak zo genoemd. Iemand die bezig is om te promoveren op de universiteit noemen we een promovendus. Een promovendus doet zelfstandig onderzoek naar een bepaald thema en publiceert de onderzoeksresultaten in wetenschappelijke tijdschriften. Deze onderzoeken worden aan het eind van het traject gebundeld in een proefschrift. Om de PhD te halen moet de promovendus het proefschrift verdedigen, met alle ceremonie die daar bij hoort. Er wordt een commissie samengesteld van professoren die het proefschrift moeten beoordelen. Bij de verdediging mogen de leden van de commissie vragen stellen aan de promovendus, die het gedane werk moet uitleggen en verdedigen. Als de promovendus de vragen van de commissie goed beantwoord heeft en de tijd om is, overleggen de commissieleden of de promovendus de promotie verdient. In de praktijk komt het bijna nooit voor dat een promotie niet doorgaat, want de commissie heeft voor de verdediging het proefschrift al gelezen en goedgekeurd. Maar toch is het altijd spannend, het is het eindpunt van vier jaar hard werken. Als alles goed gaat, krijgt de promovendus daarna de titel van doctor. 

En daarmee kom ik aan het einde van deze aflevering. Van klein peutertje van 4 jaar op de basisschool tot een volwassen doctor, we zijn het hele onderwijssysteem doorgegaan. Ik hoop dat het allemaal duidelijk was. Mochten er nog vragen zijn, wat ik me goed kan voorstellen, kan je die altijd stellen op de website. De link staat in de shownotes.

Vond je het een interessante aflevering? Deel hem dan met je vrienden, kennissen en collega’s. Dat zou ik als maker heel fijn vinden! Ik hoop dat je een beetje Nederlands geleerd hebt en tot de volgende aflevering!

Moeilijke woorden

Privaatonderwijs / Privéonderwijs: onderwijs dat niet door de overheid georganiseerd en betaald wordt.
Decennia: meervoud van decennium: periode van 10 jaar.
Oogsten: De opbrengst van een akker, bijvoorbeeld graan of groenten, binnenhalen
Meerkeuzevragen: Vraag waarbij er meerdere opties zijn waar je uit kan kiezen
Repeteren: Oefenen
Loting: de uitslag laten bepalen door het lot: door een loterij.
Leerplichtig: verplicht om naar school te gaan
Aanspreekpunt: persoon om contact mee te leggen bij een organisatie
Leerachterstand: Niet op het gewenste niveau zitten voor de leeftijd van een kind
Arbeidsmarkt: Vraag en aanbod van werk
Studiebol: iemand die goed is in studeren
Ceremonie: plechtigheid
Commissie: groep personen in een officiële functie

Quiz

Heb je goed opgelet? Check of je alles nog weet met deze quiz!

#17: Onderwijs in Nederland

Verder verdiepen

Wil je meer lezen over onderwijs in Nederland?

Deel deze aflevering

1 reactie

  1. Beste Robin,

    Bedankt voor deze geweldige website. Het is zeker een van de beste hulpmiddel die ik heb gevonden om de nls taal te blijven oefenen. Daarvoor heel erg bedankt. Lang geleden heb ik in NL voor een jaar gewonen (2006). Ik kom uit Brazilie en ben naar NL gegaan voor een uitwisselingsprogram. Fantastische tijd!!! Nederland is altijd in mijn hart. Dus graag blijven met deze mooie project, want jij krijgt vanaf nu een nieuwe volger. 🙂

    Groeten uit Brazilie en nogmaals bedankt voor de top inhoud van je teksts.

    Mvg.
    Leonardo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *