Introductie
Op 1 april 2001 trouwden in Amsterdam voor het eerst mensen van hetzelfde geslacht. Precies om middernacht, op het moment dat de nieuwe wet inging, gaven vier stellen elkaar het jawoord. Nederland was het eerste land ter wereld waar dat mogelijk was. Maar hoe is het zover gekomen? De weg naar het homohuwelijk was lang en niet altijd gemakkelijk geweest.
Luister
Hallo allemaal! Dit is Een Beetje Nederlands, de podcast voor mensen die Nederlands leren. Mijn naam is Robin en de aflevering van vandaag gaat over het homohuwelijk. De tekst van deze aflevering kan je meelezen op de website, www.eenbeetjenederlands.nl. Als je vragen of opmerkingen hebt over deze aflevering, kan je ze naar mij sturen op de website. In de shownotes staat een link naar de website.
Luister je graag naar deze podcast en wil je nóg meer horen? Word dan Vriend van de Podcast op Petje Af en krijg toegang tot extra afleveringen, oefenmaterialen en meer. Voor een paar euro per maand help je deze podcast én verbeter jij jouw Nederlands. Alle informatie vind je op de website!
Nu, door met de podcast.
Op 1 april 2001 was er een bijzondere gebeurtenis: er trouwden in Amsterdam voor het eerst mensen van hetzelfde geslacht. Nederland was het eerste land ter wereld waar dat kon. Het was wereldnieuws: precies om middernacht, op de dag dat de nieuwe wet inging, gaven vier stellen elkaar het jawoord. Het heeft jaren geduurd voordat het mogelijk werd voor homostellen om te trouwen. 25 jaar geleden was het zover.
Ik heb deze aflevering ‘homohuwelijk’ genoemd, maar eigenlijk bestaat in Nederland het homohuwelijk helemaal niet. Bij de term homohuwelijk lijkt het alsof het om een ander huwelijk gaat dan een huwelijk tussen een man en vrouw. Maar dat is niet zo volgens de wet. Een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen is tegenwoordig volgens de wet helemaal hetzelfde als een huwelijk tussen een man en vrouw. Daarom vinden sommige mensen dat je het beter zo kan noemen: de openstelling van het huwelijk. Dat betekent dat het huwelijk niet meer alleen voor heterostellen is, maar ook open voor homostellen. Ik gebruik deze aflevering toch het woord homohuwelijk omdat het eenvoudiger is.
Op 1 april 2001 ging een nieuwe wet in, de Wet Openstelling Huwelijk. Door deze wet kwam er een zin bij in het Burgerlijk Wetboek. In het Burgerlijk Wetboek staan alle wetten over het dagelijks leven van mensen. Bijvoorbeeld over trouwen, over kinderen, over kopen en verkopen, en over erven.
Sinds 1 april 2001 is deze zin er bij gekomen: Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van gelijk geslacht.
In het wetboek staan ook andere regels voor het huwelijk. Bijvoorbeeld dat je maar met één persoon getrouwd mag zijn, polygame huwelijken zijn verboden. Verder moeten beide personen meerderjarig zijn, minstens 18 jaar oud. En je mag niet trouwen met iemand uit je eigen familie. Al deze regels gelden ook voor mensen van gelijk geslacht.
Het was vanaf 1998 al mogelijk om geregistreerd partners te worden voor twee mensen van hetzelfde geslacht. Geregistreerd partnerschap is een vorm van samenleven die in Nederland bestaat en bijna helemaal gelijk is aan het huwelijk. Je hebt als geregistreerd partners bijna dezelfde rechten als een getrouwd stel.
Toch bleef de wens bij homokoppels bestaan om te kunnen trouwen. Voor veel mensen heeft het huwelijk bijzondere betekenis en symboliek, dat het geregistreerd partnerschap niet heeft.
Hoe is het zover gekomen dat 25 jaar geleden de wet is veranderd, en mensen van gelijk geslacht mochten trouwen? Daarvoor moeten we nog verder terug in de tijd. Zo’n grote wetswijziging is natuurlijk niet alleen aan één persoon toe te schrijven, maar er zijn wel een aantal personen en organisaties die een belangrijke of bijzondere rol hebben gespeeld. We kijken ook meteen naar de ontwikkeling van de homorechten in het algemeen.
Als we helemaal teruggaan naar de middeleeuwen, kon je de doodstraf krijgen voor homoseksuele handelingen. Volgens de regels van de kerk mocht seks alleen tussen een man en vrouw plaatsvinden, alleen door een getrouwd stel, en alleen om kinderen te krijgen.
Later, in de tijd van de Nederlandse republiek, was er iets meer tolerantie. Officieel waren homoseksuele handelingen verboden, maar in de praktijk werden homo’s meestal met rust gelaten. In de grote steden ontstond er zelfs een soort homo-subcultuur en waren er ontmoetingsplekken waar mannen in het geheim seksueel contact met elkaar konden hebben.
Dat stopte in 1730, toen er in de hele Republiek mannen vervolgd werden om hun geaardheid. De homonetwerken waren nu een risico, omdat er uit bekentenissen van gearresteerde homo’s weer nieuwe arrestaties volgden. Er zijn uiteindelijk 300 mannen vervolgd, waarvan zo’n 80 tot de dood veroordeeld zijn.
In Frankrijk werd aan het eind van de 18de eeuw homoseksualiteit niet meer strafbaar. Toen Nederland veroverd werd door het Frankrijk van Napoleon, werd de Franse wet hier ook ingevoerd. Sindsdien is het in Nederland ook niet meer strafbaar om homoseksueel te zijn. Dat betekent niet dat het in de maatschappij en sociaal geaccepteerd is, dat was het zeker niet.
In 1911 werd er een wetsartikel ingevoerd waardoor de rechten van homoseksuelen juist beperkt werden. In het artikel met de naam 248bis van het Wetboek van Strafrecht stond dat seks tussen mensen van hetzelfde geslacht verboden was als een van de twee jonger was dan 21 jaar. Voor heteroseksuelen lag die grens op 16 jaar. Voor bijvoorbeeld een 27-jarige homo was het dus strafbaar om een relatie te hebben met een 20-jarige. Deze wet werd in de vorige eeuw vaak gebruikt om homo’s te discrimineren. Door dit artikel moesten vorige eeuw ruim 5000 homoseksuelen voor de rechter komen, waarvan de helft veroordeeld is.
Deze wet leidde tot meer discriminatie van homo’s in de vorige eeuw, maar ook voor protest. In 1912, een jaar na het ingaan van artikel 248bis, werd door advocaat Jacob Schorer de eerste Nederlandse organisatie opgericht die streed tegen homodiscriminatie: het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee. In de Tweede Wereldoorlog werd de organisatie verboden, maar na de oorlog ging het verder. Eerst onder de naam De Shakespeareclub en later onder de naam COC: Cultuur en Ontspannings Centrum. Het COC bestaat nu nog steeds en is de oudste nog bestaande vereniging in de wereld die opkomt voor homorechten.
In 1927, een tijd waarin homoseksualiteit nog vooral werd gezien als ziekte, begon de lesbische vrouw Bet van Beeren een café op de Zeedijk in Amsterdam: Café ‘t Mandje. ‘t Mandje werd een ontmoetingsplek voor homo’s en lesbiennes in Amsterdam. Zoenen was verboden, maar het was een van de weinige plekken waar er gedanst kon worden door mannen met mannen en vrouwen met vrouwen. In de Amsterdamse gay-scene is het café een legendarische plek, en Bet een icoon geworden. Dankzij dit soort plekken werd Amsterdam in de tweede helft van de 20ste eeuw gezien als de homohoofdstad van Europa.
Vanaf de jaren 60 werd homoseksualiteit steeds zichtbaarder voor Nederlanders, onder andere door de televisie. Homoseksualiteit krijgt aandacht doordat onder andere de bekende schrijver Gerard Reve en architect Benno Premsela op tv over hun geaardheid praten. Met geaardheid bedoelen we iemands seksuele of romantische voorkeur. Het was erg moedig dat deze mannen in het openbaar over hun geaardheid spraken op tv. Het hielp om Nederlanders te laten zien dat homo’s ook normale mensen zijn, en het hielp homo’s om zelf voor hun geaardheid uit te komen. De jaren er na werd homoseksualiteit steeds bespreekbaarder en zichtbaarder in de media en cultuur.
In 1969 was er een groot protest tegen artikel 248bis in Den Haag, de eerste homodemonstratie in Europa. De demonstratie kreeg veel aandacht in de media en twee jaar later werd het discriminerende wetsartikel afgeschaft.
In de jaren 70 en 80 werd het taboe op homoseksualiteit wereldwijd steeds minder, ook in Nederland. Het werd normaler om er over te praten. Dat betekende niet dat alles voortaan goed ging. In 1982 werd in de stad Amersfoort het feest Roze Zaterdag gevierd. Dat is de Nederlandse versie van de Gay Pride Parade. Deze dag liep het compleet uit de hand. Door tegenstanders werd de optocht aangevallen en een aantal homo’s werd ernstig mishandeld.
Een belangrijke mijlpaal was de invoering van de Wet gelijke behandeling in 1994. In deze wet staat dat mensen gelijk behandeld moeten worden en er geen verschil gemaakt mag worden door iemands godsdienst, geslacht, afkomst of geaardheid. Dat mag geen reden zijn om iemand geen baan aan te bieden bijvoorbeeld. Wel zijn er uitzonderingen, religieuze scholen mogen leraren en leerlingen afwijzen op basis van hun religie. Dat is een onderwerp waar regelmatig discussie over gevoerd wordt in de politiek.
De eerste Canal Parade werd gehouden in 1996. Jaarlijks komen er honderdduizenden bezoekers op af. De parade is het hoogtepunt van het evenement Pride Amsterdam, dat tegenwoordig een maand duurt. De Pride is over het algemeen niet een protest of demonstratie, maar een feest om vrijheid en diversiteit te vieren.
In de jaren 80 werden de eerste stappen gezet om het homohuwelijk mogelijk te maken. De jurist Jan Wolter Wabeke merkte op dat er in de wet niet stond dat een huwelijk alleen tussen een man en vrouw kan plaatsvinden. Maar in de praktijk kon dat nog niet. Daarom startte hij samen met de Gaykrant een campagne om het huwelijk open te stellen. Er werd een rechtszaak begonnen om het homohuwelijk af te dwingen. In 1989 deed de rechter deze uitspraak: “nergens in de wet staat dat het huwelijk alleen bedoeld is voor een man en een vrouw, maar de wetgever (dus de overheid) heeft het huwelijk wel degelijk bedoeld voor een man en een vrouw.”.
In de jaren 90 gebeurde er iets in de Nederlandse politiek wat heel lang niet gebeurd was: er kwam voor het eerst sinds 1918 een kabinet waar geen christelijke partij in zat. Hierdoor kan er wetgeving gemaakt worden waar de Christelijke partijen principieel tegen waren, zoals het homohuwelijk en euthanasie. In 1994 begon het kabinet van premier Wim Kok, dat bestond uit de partijen PvdA, VVD en D66. We noemen dit een paars kabinet, omdat het een mengeling is van de rode sociaaldemocraten, de PvdA, en de blauwe liberalen, de VVD en D66.
In 1998 was het zoals ik al zei mogelijk geworden om geregistreerd partners te worden. Het duurde nog tot 2001 voordat de wetgeving van het huwelijk aangepast was.
Op 1 april 2001 was het dus zover en werd Nederland het eerste land ter wereld waar het huwelijk mogelijk werd voor twee personen van hetzelfde geslacht. Precies om middernacht, op de dag dat de wet veranderde, trouwden in Amsterdam de eerste stellen. De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, trouwde vier stellen van hetzelfde geslacht. Drie mannenstellen en één vrouwenstel. Job Cohen zou later zeggen dat het een van zijn mooiste herinneringen was aan zijn tijd als burgemeester van Amsterdam.
In 2003 werd het ook in België mogelijk voor twee personen van hetzelfde geslacht om te trouwen. Tegenwoordig is het in tientallen landen mogelijk, maar lang nog niet overal ter wereld. Wereldwijd hebben er al meer dan een miljoen homohuwelijken plaatsgevonden, waarvan meer dan 30.000 in Nederland.
Is het dan overal in Nederland mogelijk om te trouwen voor een homostel? Niet helemaal. Misschien weet je dat het Koninkrijk der Nederland bestaat uit vier landen: naast Nederland uit de Caribische landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Over hoe dat precies werkt heb ik het gehad in de aflevering over de Nederlandse Cariben.
De wet in Nederland is aangepast in 2001, maar die geldt niet automatisch in de Caribische landen. Pas sinds 2024 wordt op Aruba en Curaçao het huwelijk tussen partners van hetzelfde geslacht toegestaan. Op het vierde land, St. Maarten, is het op dit moment niet mogelijk.
Het homohuwelijk bestaat in Nederland al 25 jaar, maar ook hier wordt het niet overal geaccepteerd. Sommige streng-Christelijke politieke partijen zijn nog steeds principieel tegen het homohuwelijk. Wel is het sinds 2014 voor een trouwambtenaar niet meer toegestaan om een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht te weigeren. Een trouwambtenaar is iemand van de gemeente die huwelijken mag sluiten.
Daarmee kom ik aan het einde van deze aflevering van Een Beetje Nederlands.
Wordt Vriend van de Podcast en steun ons daarmee! Ga daarvoor snel naar de Petje-Af-pagina van deze podcast. Voor 5 euro per maand steun je deze podcast, en krijg je er zelf ook nog iets voor terug. Namelijk: extra afleveringen om naar te luisteren. Bijvoorbeeld over het Bargoens. Wil je weten wat dat is? Ga snel naar Petjeaf.com/eenbeetjenederlands en word ook Vriend van de Podcast.
Ik hoop dat je een beetje Nederlands geleerd hebt, en tot de volgende aflevering!
Word vriend van de podcast!
Vrienden van de Podcast krijgen nu nog meer voordelen! Word lid via PetjeAf.com en ontvang een extra aflevering per maand en extra oefenmaterialen!
